Romeinse villa te Schuereyck
 
 


Romeinse villa te Schuereijck

Wanneer de eerste mensen in onze buurt kwamen wonen weten we niet.
Het enige, dat ons aan hen herinnert, zijn de vondsten die in de grond gevonden worden.
Resten van Romeinse bewoning werden op deze plek aangetroffen. Al in 1869 ontdekte burgemeester Slanghen bij het verbreden van de weg die destijds vanuit Hoensbroek naar Terschuren leidde een Romeinse platte daktegel met opstaande boorden. In een naburige akker werden stukken Romeins aardewerk gevonden en in 1884 stiet de pachter van de graaf bij het bewerken van het land op de fundering van zeer oude gebouwen. Tot het einde van de 19e eeuw was dit allemaal nog niet zo bijzonder; de opgegraven stukken verdwenen vaak even snel weer onder de grond.  Pas in 1885 begon men met serieuze opgravingen.

Opgraving door pastoor Habets in 1885
pastoor HabetsOp de Schuureik, zoals het gebied hier heet, vond pastoor J. Habets in 1885 de fundamenten van een door brand verwoest klein Romeins gebouw met badinrichting en verwarmingstoestel, waarvan de voorkant uitkeek op Kathagen. Dit was ook toen al het hoogste punt in de omgeving vanwaar men een ruim uitzicht had op de naburige valleien en dalen.Het was de eerste keer, dat in ons land een Romeinse villa werd ontdekt, zorgvuldig opgegraven en beschreven. Pastoor Habets is in 1887 in Leiden uitgenodigd om de deskundigen aldaar verhaal te doen van zijn vondst en hen de nodige uitleg te geven.
Volgens Habets moet de brand, die het gebouw verwoestte plaatsgevonden hebben in de tweede eeuw bij de inval van de Chauken, die verwoestend door het land trokken. Voor hun veiligheid hebben de Romeinen zich daarna binnen steden en vestingen teruggetrokken. De funderingen van het gebouw lagen op enkele plaatsen niet dieper dan twintig centimeter onder de grond en waren deels nog gaaf. De fundamenten waren van Kunradersteen, het gebouw zelf was van hout en met pannen gedekt.
In tegenstelling tot de meeste Romeinse bouwwerken ligt deze villa niet aan een heerbaan; hetgeen het bewijs is dat de Romeinen zich ook elders, liefst op vruchtbare gronden, vestigden nadat ze de Germaanse bewoners naar moeras- en heidegronden verdreven hadden.

Villa rustica
De villa Schuereijck was waarschijnlijk een “villa rustica”.
De villa rustica was geen bungalow, maar een herenboerderij met voorraadschuren, het onderkomen voor het personeel en de stallen voor het vee. De villa vindt zijn oorsprong in Italië. De oorspronkelijke betekenis van de villa rustica is een gebouw voor bewoning en landbouwactiviteit, dat geïsoleerd staat op het platteland. In de derde eeuw voor Christus profiteerden vele burgers in Italië van de economische welvaart en richtten nieuwe domeinen op, die vaak als tijdelijke verblijfplaats dienden. Het comfort van de stad probeerde men hier te evenaren. Ook de minder grote boerderijen volgden dit voorbeeld en er ontstond een soort ‘gestandaardiseerde’ vorm, die wijd verspreid raakte over het gehele Imperium Romanum.
De bouw en inrichting van deze villa getuigt dat de Romeinen hun beschaving naar onze streek hebben meegebracht.
Het was voor die tijd een luxe villa, van alle gemakken voorzien.met een warmwaterbad-inrichting en verwarmde woonkamer, een hypocaustum. De bij de opgraving gevonden voorwerpen lieten ook zien dat de bewoners gereedschappen en siervoorwerpen gebruikten.
De daktegels waren in de buurt gebakken, denk hierbij aan de vele pottenbakkersovens e.d. die in Heerlen en Brunssum gevonden zijn. De pannen van wel 4 cm dik waren zo zwaar, dat de Romeinen de huizen niet te groot konden bouwen. Wel bleek uit de vondsten in en om de villa van Terschuren, alsmede de aanwezigheid van een verwarmd bad en een hypocaustum, dat deze villa van een welgestelde Romein moet zijn geweest.

Warme kamer met vloerverwarming
Uniek was de vondst van een ‘hypocaustum’; een verwarmingsinrichting met bijgelegen stookplaats. Het hypocaustum is een vorm van vloerverwarming van de ‘warme’ kamer op de begane grond, het ‘hibernaculum’. Aanvankelijk werd dit systeem alleen toegepast in badhuizen (thermen), maar later ook in luxueuzere villa’s. In dit gedeelte van de villa trokken de bewoners zich gedurende de winter terug. Omdat dit op het zuidwesten gelegen was bleef het hibernaculum door andere gebouwen en door nu nog bestaande bosschages beschut tegen sneeuwstormen en noordenwind.
Een deel van de zuiltjes, waar de oorspronkelijke vloer op lag, stond bij de opgraving nog fier overeind . Het was de vloer van een woonkamer van 4.40 m lang en 3.42 m breed. De muren die deze kamer omgaven waren uit gekapte Kunrader steen, 80 cm dik en van buiten besmeerd met groene klei, vermoedelijk om het vocht te weren. De vloer werd ondersteund door 30 zuiltjes van 60 cm hoog. De 60 cm lange vloertegels rustten met hun hoeken op de zuiltjes. De ruimte onder de vloer werd verwarmd door een aan de westzijde gelegen stookplaats, die iets dieper lag dan de vloer en een afmeting van 1.75 m bij 1.50 m had. Men kon er via een stenen trap in afdalen. In de hoeken en zijmuren van de woonkamer waren kokers van holle gebakken stenen aangebracht en door de trek ging de warmte onder de vloer door, verwarmde zo vloer en wanden en  verdween via de kokers op dakhoogte, zoals door een schoorsteen.
Een goed beeld geeft deze video van het Thermenmuseum in Heerlen, waar eenzelfde verwarmingssysteem door de Romeinen werd toegepast.

Huiselijke sferen
Aan de aankleding van de warme kamer werd veel zorg besteed. Immers in onze koude streek brachten de bewoners hier een flink deel van het jaar door. De vloerverwarming lag natuurlijk ondergronds, bovengronds was de kamer voorzien van wit en rood pleisterwerk met geelgroene en zwarte strepen en marmerachtig schilderwerk. Hier rustte de landman uit van de vermoeienissen van de jacht. Hier leefde hij temidden van zijn familie, bereidde hij zijn netten voor de visvangst, de strikken voor de konijnenjacht en de lijnroeden voor de vraatzuch-tige lijsters en doortrekkende spreeuwen. Hier herstelde hij zijn boog en pijlen en vervaardigde hij het lederen paardentuig en het juk van zijn ossen. Zijn huisvrouw maakte zijn spijzen en schonk uit zware kruiken de wijn voor de landheer. Het was een plek waar men zich veilig en beschut wist tegen de ruige buitenwereld.
Naast de warme kamer bevond zich een badinrichting, afmeting 1.63 m bij 0.73 m, van binnen bekleed met Romeinse tegeltjes en het water werd verwarmd door een buiten het bad aangebrachte vuurhaard.

Oostelijk hiervan lag de eigenlijke villa met een aantal kamers en daarop aansluitend de bijgebouwen en stallen. Bij de opgravingen was de plaats van de stallen nog herkenbaar aan de resten van de mestvaalt die een zwart bezinksel in de grond heeft achtergelaten. Ook werden nog de restanten van een stalvloer met straatstenen aangetroffen. Bij de Romeinse landhuizen die in Nederland zijn aangetroffen was het benedengedeelte in metselwerk opgetrokken terwijl het bovengedeelte in hout of leem was uitgevoerd.

Lichtvilla
Het is ook waarschijnlijk een zogenaamde lichtvilla geweest. Dat wil zeggen dat de villa’s op hooggelegen punten in het landschap lagen en ’s nachts, door middel van grote vuren, in staat waren berichten naar elkaar door te seinen. ”Onze” villa op de Schurenberg stond op deze wijze dan in verbinding met de zuidelijker gelegen villa op de Lichtenberg in Schaesberg (nabij de Leenhof).

Nieuwe opgraving in 1933
Niet wetende dat er in Hoensbroek een opgraving van een Romeinse villa had plaatsgevonden legde de heer Braat in september 1933 voor de tweede maal de Romeinse villa bloot.
Tot zijn verrassing vond hij midden in het hypocaustum (verwarmingssysteem) een op de kop in de grond geplaatste fles met een korte Latijnse tekst van de hand van pastoor J. Habets. 
Na de laatste opgraving werd de vindplaats met zand afgedekt, dat nu een natuurlijke bescherming biedt.
Andere tot nu toe bekende Romeinse resten in Hoensbroek:
- In 1951 vond men aan de Lodewijkstraat in Nieuw-Lotbroek Romeins aardewerk.
- In 1952 werden aan de Kouvenderstraat, dichtbij de Akerstraat, de resten van een Romeins landhuis ontdekt.

Afgedekt met zand
De Romeinse villa is, na het voor die tijd grondige onderzoek, weer afgedekt met zand en ligt daar te wachten op betere tijden. Komt hij ooit nog boven het maaiveld? Misschien dat de vernieuwde interesse voor de Romeinse heerwegen die door deze contreien voerden in zijn voordeel werkt. De Romeinse weg die vanuit Voerendaal richting Keulen liep, had een aftakking die het tracé van de Groenenweg, boven op de Schurenberg, volgde en dat was langs deze villa.

Bronnen:
- Geschiedenis van Hoensbroek, J.M. vd. Venne, J. Th.H. De Win, P.A.H.Peeters
- Th. Van Riemsdijk: Levensbericht J.J. Habets
- Regionaal Historisch Centrum Limburg (LGOG)
- http://www.villarustica.nl
- Geschiedenis van Hoensbroek  en omgeving; H.A Beaujean